EEN VADERLANDSCH LIED,

na s Konings dood.

Nu Riddertrouw gezworen
Der jonge Koningin!
Haar moet ons hart bebooren;
Haar Vader leeft er in,
Met al de voorgeslachten
Van vroege en later eeuw,
Getrouwe en sterke wachten
Om Neerlands Tuin en Leeuw.

Nu dicht aaneengesloten
In d ouden Eendrachtsband,
Gij kleinen en gij grooten
Van t ne Vaderland!
Partijen, leuzen, veeten,
Baat., eerzucht, eigen zin,
Bij d eenen kreet vergeten:
Voor volk en Koningin!

Nu trouwe samenwerking
Tot welvaart, orde. tucht;
Genezing en versterking
Van al wat ziekt en zucht;
Opbeuring en verkwikking
Van wat nog kwijnt en lijdt;
Afwering en verstikking
Van twistvuur, nijd en strijd!

Gij Koninklijke Vrouwe,
Die voor uw Kind regeert!
Wij weten van uw trouwe,
En deugden hooggeerd;
Gij zult haar schreden leiden,
Haar Vorstlijk voorbeeld zijn,
Haar voor haar taak bereiden,
Totdat haar dag verschijn!

U blijven wij gelooven,
Almachtig God en Beer!
Zie uit uw Hof der hoven,
Ontfermend op ons ner.
Leer ons ons kwaad verwinnen,
Ons goed te doen met vlijt,
En sterk onz Koninginnen,
Gij die haar Koning zijt.


Ingezonden op: 19 July 2001