VIJFTIEN JAAR.

Als levend goud, als zonneglansen, stroomen
Uw lokken langs uw hals en schoudren af;
O, Haast u niet haar golving in te toomen!
Geen kunst verfraait wat u de hemel gaf,
En t schoon is bij eenvoudigheid volkomen.

Al vindt ge u groot: voel dat gij jong zijn meugt!
Blijf ons nog lang t aantreklijk beeld bewaren,
Der vroegste, der nog kinderlijke jeugd;
Geniet, waardeer, verleng de korte jaren,
Wier zoetheid langst en onbeneveldst heugt!
Het Juffer-zijn met opgestoken haren
Komt vroeg genoeg en rooft u menig vreugd.


Ingezonden op: 19 July 2001