ZOMERMIDDAGSTILTE.

Het windje houdt zijn adem in,
En durft niet suizen;
Het beekje. onrustig bij t begin,
Vergeet zijn bruisen.

Daar gaat geen fluistren door het riet,
Door top noch twijgen;
Ook t espenblaadje ritselt niet;
De vooglen zwijgen.

Geen tortel kirt. geen koekoek geeft
Zijn naam te hooren;
Geen leeuwrik, die ten hemel streeft,
Vergast uw ooren.

De duifjes, glinstrende op het dak,
Zien slaaprig neder;
De zwaan ligt stil op t vijvervlak
En roert geen veder.

De bloemkens, schuw van t schelle licht,
Door niets bewogen,
Staan met gedoken aangezicht
En sluiten de oogen.

Een enkle vlinder, wit, of bont,
Zweeft op het zachte,
Het donzen vlerkje, onhoorbaar rond,
Als mijn gedachte.


Ingezonden op: 19 July 2001