Prikkebeen

J.A.A. Goeverneur pagina

XII Hoe de wijzen van de dei van Algiers het draaiende schip voor een komeet houden

[Deel XI Hoe mijnheer Prikkebeen met al het scheepsvolk krijgertje speelt]

Bleek van schrik en heel ontdaan
Vangen nu de Wijzen aan,
Slaan het ding door kijkers ga,
Lezen honderd boeken na;
Doch, wat of zij doen of niet,
Ook zij vatten 't wonder niet.
Eindlijk komt men overeen,
Dat het een komeet wel scheen;
En nu stelt de vlugste kop
Knapjes een verhandling op,
Waarin aan zijn Majesteit
Alles breed wordt uitgeleid.
`Strenge Heer!' zo spreken zij,
`De overtuiging kregen wij,
Dat het voorwerp, 't welk Gij ziet,
Een komeet is, anders niet.
Die u roem en heil voorspelt.' -
Elk kreeg duizend gulden geld.
's Andren daags kwam, draaiend nog,
Maar wel en behouden toch,
't Schip aan bij de havendam. -
Toen het daar tot stilstand kwam,
Kon, van al 't in 't ronde gaan,
Geen meer op zijn benen staan.
Prikkebeen voelt maagkoliek,
Dikkie ligt naar, flauw en ziek,
Ursel staat met duizlend hoofd,
't Scheepsvolk is heel afgesloofd;
Allen tasten mislijk rond
Of ze tuimlen op de grond.


[Deel XIII Hoe mijnheer Prikkebeen en de dikke in de slavernij komen] [J.A.A. Goeverneur pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.