Prikkebeen

J.A.A. Goeverneur pagina

II Hoe mijnheer Prikkebeen aan zijn zuster een afscheidsbrief schrijft

[Deel I Hoe mijnheer Prikkebeen zich met de kapellevangst verlustigt]

`Lieve zuster Ursula!
`Ik ga naar Amerika;
`Dat is 't echt kapelleland. -
`'k Schrijf je dit met eigen hand
`En blijf, evenals voorheen,
`Je getrouwe Prikkebeen.'
Doch, pas is dit schrijven klaar,
Of wie komt me binnen daar?
't Is zijn eigen zusjelief;
Dadelijk pakt die de brief,
Leest en ... arme, onnoozle Prik
Staat te trillen al van schrik.
Ursel krijgt een kleur als bloed,
Pakt zijn net en schreeuwt verwoed:
`Wat? Jij woudt van mij vandaan?
Jij woudt mij verlaten gan?' -
Bevend, bang, bleek als een doek
Kruipt ons Prikke in een hoek.
Ursel gaat vlak voor hem staan,
Kijkt hem met boze ogen aan.
Tikt hem op zijn lange neus
En zegt: `Nu vertel me eens, heus
Wil je reizen, broertjelief?' -
`Neen, nooit', zegt hij, `hartedief!'
Och, 't ontbijt, het smaakt hem niet,
Vol van spijt en van verdriet
Zit hij daar en spreekt geen woord;
Ursel, die hem zuchten hoort,
Zegt in 't end: `Toe, praat eens wat;
Wees niet zo triest, mijn schat.'
`Kom, ik wil tot je plezier
Eens wat spelen op 't klavier.'
En met hoge schelle stem
Zingt ze een mooi lied voor hem;
Doch hij hoort het brommend aan
En denkt: `Loop jij naar de maan!'
Eindelijk houdt hij 't niet meer uit;
`Laat mij gan zus!' roept hij luid;
Maar zij schreeuwt: `Daar komt niet van,
Jij zult stil hier blijven, man!'
Waarbij ze op de tafel slaat,
Dat die 'tonderst boven gaat.


[Deel III Hoe mijnheer Prikkebeen op Reis gaat en per schip Europa verlaat] [J.A.A. Goeverneur pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.