Prikkebeen

J.A.A. Goeverneur pagina

IV Hoe mijnheer Prikkebeen in 't water springt en wat daarop volgt

[Deel III Hoe mijnheer Prikkebeen op reis gaat en per schip Europa verlaat]

Gillend komt ze bovendeks. -
Prikkebeen staat eerst perpleks,
Maar neemt dan een kloek besluit,
Strekt zijn lange benen uit
En ploft boven neer in zee ...
Ursula schreeuwt ach en wee.
In 't verschiet ziet hij een zeil.
Daarheen zwemt hij in der ijl;
Doch zijn zuster Ursula
Springt hem in haar wanhoop na;
Plomp! - De kapitein ziet haar
Door zijn kijker tuimlen daar.
De kaptein ziet dat met schrik
Maar verzuimt geen ogenblik;
Met zijn degen en zijn hoed
Werpt ook hij zich in de vloed:
Plomp! - De stuurman die dat hoort,
Kijkt nieuwsgierig over boord.
`Jongens, helpt je kapitein!
Roept hij, springt en ... groot en klein,
Oud en jong, in dichte klomp
Volgt hem alles: plomp, plomp, plomp!
Alles plompt in 't zilte nat,
Dat het bobbelt, schuimt en spat.
Tot de dieren zelfs op 't schip
Nemen allen vlug een wip.
Plompt! daar tuimlen zo pardoes
Paard, koe, varken, bok en poes;
Muis en rot zelfs springen mee
Plomp, plomp! in de natte zee.
Op 't schip in de verte daar
Was een Turkse roverschaar. -
Toen die merkten, wat er was
Kwamen ze nog net van pas
En ze visten, kop voor kop,
De arme natte zwemmers op.
Ursel was in doodsgevaar,
Maar een Turk, die pakte haar
Met een haak en trok haar op.
Prikkebeen duikt met zijn kop
Onder water, toen hij 't ziet:
Met háár meegaan wil hij niet.
Twee ton water, ongejokt,
Had hij vast wel ingeslokt,
Toen hij eindelijk, dik als wat,
Boven kwam weer uit het nat
En een klein zwart eiland vond,
Waar hij opkroop, tonnerond.
Ach, geen huis, geen boom, geen plant
Was daar op dat kleine land,
En het scheen wel dat het zwom.
Prikkebeen kijkt angstig om
En wordt dodelijk vervaard,
Want het eiland heeft ... een staart.


[Deel V Hoe mijnheer Prikkebeen in de walvis gezelschap vindt en wat verder gebeurt] [J.A.A. Goeverneur pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.