Prikkebeen

J.A.A. Goeverneur pagina

Hoe mijnheer Prikkebeen in de walvis gezelschap vindt en wat verder gebeurt

[Deel IV Hoe mijnheer Prikkebeen in 't water springt en wat daarop volgt]

Kort en goed, het eiland was
Een gediert van 't walvisras;
En toen 't beest zich schudde, gleed
Prikkebeen er af.  Het deed
Op zijn bek en ... Prikkebeen
Vloog door 't wijde keelgat heen.
Toen nu Prikkebeen omlaag
Neerkomt in de walvismaag,
Vindt hij tot zijn blijdschap daar
Al een heerschap, kort en zwaar,
Die, hoog boven nat en slib
Stijf zich vasthoudt aan een rib.
En die kleine dikbuik zeit:
`Ik begrijp niet, waar 't aan leit,
Dat ik nog mijn pruik niet vang.
'k Hengel al drie maanden lang
En nog krijg ik hem niet beet; -
't Is, zo waar, een kruis en leed.'
`Broertje-lief', ziet Prikkebeen,
`Twee zijn knapper vaak as één,
`'k Wil zien, of 'k je helpen kan.' -
`Doe dat!' ziet de dikke man;
`Als je 't pruikje wedervindt,
`Ben ik je allerdikste vrind.'
Op een goede morgen, dat
't Paar zo in de ribben zat,
Slokte 't hongerige dier
Nog weer op een mens of vier.
't Was aandoenlijk, de arme liên
Daar zo spartelend te zien.
' Was een speelman, zoals bleek,
En een boer met grote steek,
Met een knecht en Peternel,
Die zijn dochter was en fel
Schreeuwde en die haar zwarte mop
Stevig vasthield bij zijn kop.
Wat bekomen van de schrik,
Kuiert Nel een rond met Prik,
Die verliefd raakt op en top;
Speleman strijkt vrolijk op,
Terwijl Dikkie breed vertelt,
Hoe 't is met zijn pruik gesteld.
Prikkebeen, die thans bedenkt,
Wat geluk het huwlijk schenkt,
Vraagt den boer te goeder trouw
Peternel tot echtevrouw. -
`Ik mag 't lijen', zeit de man;
`Als ze je aanstaat, trouw haar dan.'
Bal is 't in de walvisbuik,
Alles danst naar oud gebruik;
Zó vol gratie, kunst en zwier
Walsen Prik en Nelle hier,
Dat men wis op 't wereldrond
Zelden huns gelijken vond.
Doch helaas! door al 't gestamp
Krijgt de wallevis een kramp,
Die hem ziek en misselijk maakt;
't Is, of hij aan 't braken raakt. -
Dikkie, Dikkie - opgepast!
Hou de rib toch stevig vast!
Peternel, in dat gevaar,
Dacht nu aan haar mopshond maar;
Zij laat los ... daar vliegt terstond
Speelman, boer, knecht, Nel en hond
Met een vreselijk gerucht
's Walvis keel uit in de lucht.


[Deel VI Hoe mijnheer Prikkebeen bitter bedroefd is, maar eindelijk toch uit de vis verlost wordt] [J.A.A. Goeverneur pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.