Prikkebeen

J.A.A. Goeverneur pagina

VI Hoe mijnheer Prikkebeen bitter bedroefd is, maar eindelijk toch uit de vis verlost wordt

[Deel V Hoe mijnheer Prikkebeen in de walvis gezelschap vindt en wat verder gebeurt]

't Was gelukkig, dat net kwam
't Schip `Fortuin van Rotterdam'
En door 't zenden van een boot
Allen redde van de dood. -
Vier stuks mensen en de mop
Haalden ze uit het water op.
Onderwijl zit Prikkebeen
Nu met Dikkie heel alleen
Tot des walvis bittre last
Nog daar in zijn ribben vast. -
't Beest had hen van harte graag
Ook gesmeten uit zijn maag.
Doch, dat lukte ditmaal niet. -
Prikkebeen huilt van verdriet
En is dodelijk bedrukt,
Dat zijn Nel hem is ontrukt.
Wat al Dikkie zegt en troost,
Prikkie huilt maar onverpoosd.
Eindlijk echter krijgt het dier
Aan het braken weer plezier;
't Hossebost hen heen en weer,
't Gooit en smakt hen op en neer,
Tot hun alles binnen kort
Geel en groen voor de ogen wordt.
De arme walvis hijgt en kreunt,
Dat zijn ganse lichaam dreunt;
Uit zijn zijde druppelt bloed,
Prikkebeen krijgt weer wat moed,
Doch de Dikke, daar hij 't ziet,
Roept: `Grut, dat begrijp ik niet!'
Werkelijk was hulp nabij,
Walvisvangers waren 't. Zij
Kregen pas de vis in 't oog,
Of ze kwamen, en daar vloog,
Een harpoen hem zó door 't lijf,
Dat hij gauw lag dood en stijf.
't Beest werd aan de wal gebracht,
Stuk gemaakt en afgeslacht;
Doch, bij 't oopnen van zijn mond,
Raad ereis, wie men daar vond?
`Goeie morgen!' riep heer Prik,
`Goeie morgen!' riep heer Dik.


[Deel VII Hoe mijnheer Prikkebeen aan de Noordpool komt en wat daar verder met hem gebeurd is] [J.A.A. Goeverneur pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.