Prikkebeen

J.A.A. Goeverneur pagina

IX Hoe mijnheer Prikkebeen en zijn dikke vriend gered worden en onder de Turken gaan

[Deel VIII Hoe mijnheer Prikkebeen door de zorg van zus Ursula toch nog ontdooit raakt]

Doch de Turken zijn niet mak,
Wat hij daar ook tegen sprak,
Wou hij 't leven redden, dan
Moest hij worden Muzelman. -
Knielend en diep aangedaan,
Neemt hij dus de turban aan.
Dikkie, bonglend aan de mast,
Wordt in 't eind ook aangetast
Door de warmte en raakt ontdooit:
Schoon in 't hoofd nog vrij berooid,
Laat hij zich van boven neer
Zakken, en ... dan staat hij weer.
Van verbazing sprakeloos
Staat hij daar een hele poos,
En, toen hij de Turken ziet,
Waarlijk, neen, toen vat hij 't niet.
Hij begrijpt van heel 't geval
Net zoveel als niemendal.
En een van de Turken scheen
Hem precies wel Prikkebeen;
Lichaam mager, dun en schraal,
Neus lang, wangen geel en vaal;
Dikkie ziet hem, schrikt en ... Bom!
Tuimelt van ontstelnis om.
Prikkebeen lacht en vertelt,
Hoe de dingen zijn gesteld,
Waarna Dikkie ook cordaat
Tot de Turken overgaat.
Met de turban op zijn kop
Lijkt hij net een vette mop.
Ursel nochtans praat en vleit,
Tot haar Prik heeft toegezeid,
Dat hij huiswaarts met haar gaan
Zal en 't reizen laten staan. -
Op een goed gezegeld blad
Schrijft hij en belooft hij dat.
Toen 't stuk was in schrift gebracht,
Heeft eerst Prikkebeen bedacht,
Dat zijn zus toch maar altoos
Met hem deed, wat zij verkoos,
En dat hij zich altijd maar
Ringeloren liet door haar.
Daar op eens komt in zijn kop
Een gelukkig denkbeeld op;
Zijn gezicht ontplooit zich weer,
Moedig stapt hij op en neer
En, na kort en goed beraad
Zegt hij tot zijn dikken maat:
`Hoor eens hier, wat dunkt je er van,
Wil je nooit gaan trouwen, man?
Ik weet zeker, dat een vrouw
Je gelukkig maken zou,
En ... denk er eens over na,
Heb je zin in Ursula?'


[Deel X Hoe mijnheer Prikkebeen Ursula andermaal verlaten wil en hoe dat afloopt] [J.A.A. Goeverneur pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.