Prikkebeen

J.A.A. Goeverneur pagina

Inleiding

Kindren, komt en hoort mij aan,
'k Zal je hier vertellen gaan,
Hoe 't heer Prikkebeen verging,
Die zo graag kapellen ving,
Maar wiens zuster, Ursel, wou,
Dat hij 't vangen laten zou,

Hoort, hoe hij, ten einde raad,
Voor zus Ursel vluchten gaat;
Hoe een walvis hem zó maar
Binnenslokt met huid en haar;
En hoe eindlijk de arme bloed
Aan het braadspit krimpen moet.

Al, wat met hem is geschied,
Zult gij horen in dit lied,
En, al klinkt dat soms wat raar,
Wat gedrukt staat, dat is waar,
Fidel-die! Wilt dan verstaan,
Nu vangt de historie aan:


[Deel I Hoe mijnheer Prikkebeen zich met de Kapellevangst verlustigt] [J.A.A. Goeverneur pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.