C. S. Adama van Scheltema
Daar komt de koopren bruiloft aan! Mijn Zomer! zoetelief! Mijn bloeme- en mijn hartedief, Wij moeten scheiden gaan! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom! Daar gaat de laatste bloemenkrans! De rest is aan de kant gezet - Laat los de laatste zomerpret! Den laatsten rondedans! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom! Doe aan jouw voet een gouden schoen En om jouw lijf de zon! Die geeft je een laatste baljapon - Ik geef je een laatste zoen! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom! Dan zet ik op jouw krullig haar De laatste purpren plag! Den laatsten zotten zomerlach Verspelen we aan elkaar! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom! Een snoer van droppels om jouw hals, Mijn handen om jouw zij - Dan dansen we op de dorre hei De laatste schotsche wals! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom! Dan dansen we op een dolle wijs, Of op een kerkkoraal, En in de laatsten zonnestraal:- De vlucht uit het paradijs! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom! En dan - en dan - hoor je mij niet -? Ach is 't dan toch gedaan! Ach kijk de lucht eens donker staan - Het regent dat het giet! Van je heidel-didel-deidel-didel-dom!
Van zon en zomer, 1902
[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.