De stem van den arbeid

Uit het Engelsch: The Voice of Toil van William Morris

C. S. Adama van Scheltema

Ik hoorde in ons midden: laat hoop en bidden,
 Altijd het hetzelfde zijn -
Het heden en het morgen brengt vrees en zorgen,
 Daartusschen onze bittre pijn.

Toen de aard eens jonger in hoop en honger
 Ons zwoegen zag, waren wij sterk,
Toen - grooten misleidden ons, hun woorden zeiden ons:
 Al 't aardsche leed is Godes werk.

Leest in de historie hun dade' en glorie,
 Hun namen tusschen 't naamloos heer,
Ziet van hun logen naar ons zieltogen
 In 't paradijs van hunne leer;

Waar de immer sterker, de ijzren werker
 Ons de' arbeid uit de handen grijpt,
Ons 't rad laat draaien en 't zaad laat zaaien,
 Waarvan de oogst voor andren rijpt;

Waar onze hutten ons nauw beschutten
 En doen vergete' hoe de aarde bloeit,
Waar wij kinderen derven, om ze niet te zien sterven,
 Waar onze vreugd een zonde is en liefde ons boeit.

Wie zal dit stelpen, wat God ons helpen,
 Waar wij ligge' in de hel, door ons zelven ontstaan -
Voor ons zijn geen leiders, slechts misleide' en misleiders,
 De grooten zijn gevallen, de wijzen zijn gegaan.

Ik hoorde in ons midden: laat 't weenen en bidden,
 Het scherpe mes spaart niet het schaap:-
Wij zullen rechten de rijken die ons knechten,
 Als wij ontwake' uit onzen slaap!

Komt samen geschouderd, eer de weerld veroudert!
 Zonder ons zelf winnen wij nooit:-
Hoop leidt onze schreden, het lang verleden
 Bracht ons leiders grooter dan ooit.

Laat zij die schromen van vrede droomen
 En bloempjes vlechten van hun juk,
Waar wij die leven ons leven geven
 Om 'n weerld te scheppen van geluk!

Komt samen geschouderd, eer de wereld veroudert!
 De Zaak brengt alle' aan onze zij:
Doet de aarde kraken en schrik ontwaken -
 En vreugd in 't eind voor u en mij!


Uit stilte en strijd, 1909

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.