Carel Steven Adama van Scheltema

Carel Steven Adama van Scheltema (1877-1924)

Adama van Scheltema werd op 26 februari 1877 te Amsterdam geboren. Hij studeerde korte tijd medicijnen, werd toneelspeler, dreef een kunsthandel om zich dan geheel aan de literatuur te wijden. Hij trad toe tot de S.D.A.P (wat nu de PvdA is) en schreef socialistische gedichten. Hij wilde tot een nieuwe volkskunst komen en bestreed vanuit die gedachte ook de tachtigers. In De grondslagen eener nieuw poëzie (1907) bestreed hij de "kunst om wille van de kunst" gedachte, maar kunst omwille van de mensen om je heen. En verder: Een gedicht moet zijn een muziekstuk van woorden en gedachten, dat door zooveel mogelijk onzer medemenschen kan worden gevoeld en begrepen. Zijn gedichten vallen dan ook op door de eenvoud. Zijn politieke gedichten worden nu niet zo op prijs gesteld, maar zijn natuurgedichten bevallen nog steeds.

Zijn gedichten bundels zijn: Een weg van verzen (1900), Van zon en zomer (1902), Zwerversverzen (1904), Eenzame liedjes (1906), Uit stilte en stijd (1909), Zingende stemmen (1916), De keerende kudde (1920), Uit den dool, De keerende kudde en De tors (1924).

Zijn proza omvat: Over idealisme (1906), De grondslagen eener nieuw poëzie (1907) en Kunstenaar en samenleving (1922), Levende steden, Italie - Indrukken en gedachten - Een Causerie.

Verder vertaalde hij Ibsen's Peer Gynt en het eerste deel van Goethe's Faust.



[Carel Steven Adama van Scheltema] [Coster pagina]

Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.