Avond aan zee

C. S. Adama van Scheltema

De zon sleepte als een goudfazant
 Al die pracht van gouden pluimen
Naar 't overzeesche verre land,
 Aan 't strand bleef het zachtjes schuimen -
  En de golven vertelden - bij beurt - bij beurt -
  Wat ver in de zee was gebeurd.

Een vogel viel in de' avondstond,
 Een duif met zoo bleeke veeren,
Die had een groote roode wond,
 Die kon nooit mee vliegen leeren -

Een witte vogel stond te pronk,
 Een pauw die ijdel ontplooide -
De maan rees op, die helder blonk,
 De de zee vol zilver strooide -
 En de golven vertelden - bij beurt - bij beurt -
 Wat ver in de zee was gebeurd.


Van zon en zomer, 1902

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.