Dat bloemetje

C. S. Adama van Scheltema

Daar bloeide 'ns eenmaal
 Een bloempje op de hei -
Het was nog geen lente,
 Het was nog geen Mei.

In 't heel vroeg voorjaar
 Heb ik het zien staan -
Toen ben 'k nog zoo zachtjes
 Daar langsheen gegaan.

Maar een mooien morgen
 Toen was ik zoo blij -
Toen mocht ik dat bloempje
 Gaan plukken voor mij.

Lang heb ik geloopen
 En toen ik het vond -
Toen lag het verschrompeld
 En dood op den grond! -

De lente is gekomen,
 De Mei is gegaan -
Ik heb nooit meer nergens
 Dat bloempje zien staan.

De zomer die bloeide,
 De zomer ging heen -
Van dat mooie bloempje
 Was er geen één.

De hei is gaan bloeien,
 Mijn hart deed zoo zeer -
Maar dat één' mooie bloempje
 Dat vond ik niet meer.

De herfst die maakte
 Al de bladeren goud -
Mijn hoofd en mijn handen
 En mijn hart werden oud.

De sneeuw is gevallen,
 De hei die wordt wit, -
Daaronder - daaronder
 Dat bloemetje zit! -

Als 'k dood ben dan bloeit er
 Zoo'n bloempje op mij - -
Mijn lief is begraven,
 Ik lig er gauw bij!


Eenzame Liedjes, 1906

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.