Angst

C.S. Adama van Scheltema

Langzaam - langzaam dringt ellek huis zijn ruigen
Kop naar voor en dreigt mijn zwak lijf te breken,
Vlucht! vlucht de stad! voor ik te zwak gebleken
Ben, - mijn bang bloed slaat ribbe' als broze duigen!

Op! op! het is nog tijd, - mijn armen steken
Als ijzren schroeven ter weerszij, en buigen
Uit elkaar de' onverzetbren last - betuigen
Hun kracht, die voor geen kracht nog is geweken.

Ons overstelpend is het donker leger,
Dat deez' vloekbre staat op onz' borsten zendt
Om ons te deuken, - maar wie recht den weger
Houdt van goed en slecht - ohij wint in 't end!

En wie niet 't zwaard hief tot den laatsten dag -
Hèm waar' het wel, zoo 't viel bij de' eersten slag!


Eerste Oogst, Derde druk, W.L&J Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII

[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: ljcoster@dds.nl.