Nachtbloemen

C.S. Adama van Scheltema

De lage zon goot langs de heuvelkammen
Haar goud, als was een vat vol wijn gebroken,
De doffers koerden, in hun nest gedoken,
De koekoek antwoordde van verre stammen.

De avondbloemen hadde' heur kroon ontloken,
Vol zoete geuren om haar kelk, de stramme
Oude dennen droegen nog roode vlammen, -
Het was een avond vol van wondre sproken.

Zoo golve' in de' avond van een wereld geuren
Van vreemde bloemen, in één nacht verbloeid,
En zwarte stammen dragen gouden kleuren,
Totdat hun vragende armen zijn vergloeid.

De avond sterft, die 't morgen dagen doet,
Ik weet niet of ik lache' of schreien moet.


Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII

[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: ljcoster@dds.nl.