De zon die blaast een lustige schalmei En stuurt haar lichten troep den wolken tegen, De steigerende luchten schoon te vegen - De witgebolde vijand schaart zijn rij. De wind pijpt op zijn doedelzak de zege, Bestormt de luchtkasteele' aan alle zij En jaagt zijn koppels 't vlugge licht aan lij - Het is één strijd, één tintelend bewegen. t Schaatrend gevecht vervult de hemelgaarde, - Daar breidt het gouden licht zijn flanken uit, En spranklend buitlen beî op lachende aarde - De daverende zon neemt heel den buit! Zoo breekt mijn lichte geest de laatste wolken, Zoo komt een blij geluk mijn ziel bevolken.
Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII
[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
ljcoster@dds.nl.