De blâre' om onze voeten, De regen om ons hoofd, - De Herfst zag ons ontmoeten, Die Herfst had veel beloofd - De blâre' om onze voeten. En 't liedje uit de boomen, De bloemen van den grond En al die zomerdroomen Danste' in onz' harten rond - En 't liedje uit de boomen. En wij vergaten 't leven, De menschen om ons heen, - Wij hadde' een droom geweven Om bei onz' harten heen - En wij vergaten 't leven. Twee lichte wilde zaden Dreven wij in den wind, Van 't spelen nooit verzaden En voor elkander blind - Twee lichte wilde zaden. De Zomer kwam ons vragen De bloemen uit het zaad, - Twee vreemde bloemen zagen We elkander in 't gelaat - De Zomer kwam ons vragen. De blâre' om onze voeten, In 't late najaarsweer, Kwamen we elkaar te ontmoeten, -~ Wij kende' elkaar niet meer - De blâre' om onze voeten.
Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII
[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
ljcoster@dds.nl.