De Herfst is het lied van herinnering, Hij vlecht om uw voorhoofd den gelen laurier, Hij strooit voor uw voeten de zoete vlier, Door uw ziel gaat een siddering, - Uw hart is een viool, De Herfst vaart zachtjes door de snaren - Verlaten kind, keer tot de menschen weer! De herfstwind zingt van een verloren ding, Bij u weent hij aan een gebroken klavier, Uw oogen zijn goud van zijn gulden vier, Om uw mond is een tinteling, - De vlam die in u school Is uit uw open hart gevaren - Verlaten kind, keer tot de menschen weer! Het herfstlied beklaagt u, 0 sterveling! Ach! lees niet in zijn geel geworden brevier. Zoek nimmer naar het droog-gewaaide wier Langs de stranden, 0 zwerveling! - Uw pad daalt uit den dooi Omlaag langs goud gevallen blâren - Verlaten kind, keer tot de menschen weer!
Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII
[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
ljcoster@dds.nl.