Herfstliedje

C.S. Adama van Scheltema

De takken zijn dun,
Ik ruik de run
Van de eiken, -
De berken zijn wit,
Op een bank zit
Ik te kijken.
Daar klautert het licht
- Wat mooi gezicht! -
Door de takken naar boven:

't Is allemaal louter
Goud, o! je zoudt er
Wel van willen rooven!

De wind zit in de
Gele linde
Wat te vertellen, -

Kijk! dien kastanje:
Daarvan kan je
De blâre' al tellen!

0! o! daar begint
Die woelige wind
Ze te vergaren - -

Goud! goud! is het ooft.
Over mijn hoofd
Rollen de blâren!


Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII

[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: ljcoster@dds.nl.