Waar nog de oranje lucht in 't Westen blaakte, Haar lichternis den schuwen nacht bedwong, Rees aan mijn weg een donker dorp, daar zong Murmlend een laat gebed - de kudde waakte. Dan zag 'k hoe de oude kerk haar klimop-wrong Tot hoogen paarsen bisschopsmantel maakte En als een wondre vogel 't kroost bewaakte, Dat bang onder haar veil'ge vleugels drong. Maar langzaam zonk die gloed: het purper sleet, - De naakte maan was op haar troon gestegen; Zoo valt eens van elk ding elk logenkleed En staat één licht boven de wereldwegen; Ach, wie, die in zichzelf om vrede streed, Heeft niet geknield voor 'n afgodsbeeld gelegen
Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII
[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
ljcoster@dds.nl.