Stadsklokken

C.S. Adama van Scheltema

Een laatste roep der donkre stad verzonk,
Het zwijgend water wiegde gouden spranken,
Nog poosde een late lichtschijn bij een kranke,
Bij zuren arbeid, of een zoeten dronk.

Toen galmde de verlaten stad en schonk
Een donkren stroom van volle bronzen klanken
In mijne open ziel, - ik boog tot danken,
Toen 't dreunend antwoord in een cirkel klonk.

Zoo breekt een lied uit elken hoogen toren,
En slaat een band van jublende geluiden
Om ieder eenzaam hart, dat nog kan hooren;

Een krans van klokken komt me 't uur beduiden,
Daar stijgt mijn donkre ziel in lichte koren -
Daar slaat mijn hart, dat als een klok gaat luiden!


Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII

[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: ljcoster@dds.nl.