Mei-verbeelding

C.S. Adama van Scheltema

De Lente, die jonge lichtzinnige meid,
Heeft de eerst-open knoppen gevonden, -
Dat heeft ze direct aan den hemel gezeid.
Die direct om muziek heeft gezonden: -
Daar stapt in haar gele japon
En voortreflijk gedecolleteerd,
Zij, die meer zoo'n marsch componeert:
De orkestmeesteresse - de zon!
Zij opent haar nieuw exemplaar.
En roept het orkest bij mekaar!

Het koper voorop, in een halleve maan,
Met bazuin en trompet en trombone,
Dan het andere tuig - en heel achteraan
Het orgel, met de pijpe in colonne; -
Een oogenblik is alles stom: -
Mevrouw schudt haar kanten lapellen,
Maar voor ze tot drie gaat tellen
Kijkt zij nog eens achterom -
Daar ziet ze nog juist het gevaar: -
Potdorie de aarde is niet klaar!

Het orgel aan 't blaze' of het water inkrijgt,
De trompet geeft een schreeuw - een fatale,
De rest wordt ineens bleek, lacht witjes. en zwijgt.
Als verzonken ze al in de finale -
Op zijn eentje klaagt een klarinet; -
Maar de zon, die 't stuk had vervaardigd.
Verscheurt het ding diep verontwaardigd.
En verdwijnt in haar kabinet; -
En beneê ziet de Lente zoo naar: -
De schuld lag voornaamlijk aan haar!

Kameraads! of 't jaren en dagen nog duurt -
Maakt de aarde te voren in orde: -
Ziet! als overal alles schoon is geschuurd,
Je kindskinderen groot zijn geworden -
Als dan weer de Lente den hemel indraaft
En de schaatrende Mei wordt geboren
En het daverend lied van den toren
Je oud hoofd onder bloemen begraaft -
Dàn dàn is het oogenblik eindelijk daar: -
Maats! maakt gij de aarde vast klaar!


Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII

[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: ljcoster@dds.nl.