Door lichte droomen straalt de lichte morgen, En streelt mij zooals moeder deed, en legt er Een bloem van zon op de oude sprei, en vlecht er Het dierbaar beeld van verre kinderzorgen. En 'k ben weer kind, - niet beter - ach! niet slechter Ook dan thans, en schoolziek heb ik 't hoofd geborgen, Diep onder 't dek voor 't bange uur verborgen - - 't Is lang geleen: - ik ben mijn eigen rechter! Wij allen talme' aan de' uchtend van ons leven En bergen 't schreiend hoofd voor 's levens school: - Waar is onze angst - waar onze jeugd gebleven? Doch wien, die eens als kind voor 't leven school, Heeft het bij ramp en leed zooveel gegeven, Dat hij niet zwerv' en snikk' en eeuwig dool'!
Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII
[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
ljcoster@dds.nl.