Nachtwind

C.S. Adama van Scheltema

De wind loopt in den zwarten nacht te loeien,
Hij rent de wereld door om iets te moorden,
Of ik verstond die weggerukte woorden -!
Daar is een wild gerucht, een lied aan 't groeien!

Mijn schemer-stille huis wacht dien verstoorden
Vreemdling, - daar komt hij door het venster roeien
En blaast mijn rozen, die in 't lamplicht bloeien,
Over de slapende aarde, als roode akkoorden.

Als een vergeten beeld zat ik te staren,
Mijn schemerende ziel hoorde niets meer, -
Totdat op eens een lied de stille snaren

Deed beve', en ritmen rilden in een heer
Mijn roode lippen af, als roode blâren, -
De stormwlnd strooit ze in vreemde zielen neer.


Eerste Oogst, Derde druk, W.L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij, MCMXVII

[C.S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: ljcoster@dds.nl.