C. S. Adama van Scheltema
Ik lig en luister in de wei- En boven mij de hemel, De groote, blauwe, blonde lucht, En boven mij een blonde vlieg, Die zweeft - en zingt - en zoemt- Weg! - en weerom! En zingt en zoemt,- En 'k luier-luister naar haar lied- Beduidt het iet-? Ik weet het niet. Ik lig en luier in de wei- En ginder zit een vogel, En vogeltje van pie-pie-piet! Ik hoor het, maar ik zie het niet- En boven mij de hemel, En in het blauwe lentelicht Dat klein onnozel lentelied Van pie-pie-piet-- Beduidt het iet-? Ik weet het niet. En 'k lig en luier in de wei- En naast me op eens een krekel! Kri-kri! - kri-kri! Die zingt het mooiste van de drie- En boven mij de hemel, De groote, blauwe, blonde lucht, Ja,ja - kri-kri! - kri-kri! - kri-kri! Gelukkig beest! gelukkig lied! Beduidt het iet-? Ik weet het niet. En boven mij de hemel Met al zijn eindeloos verschiet, Met al zijn eindelooze licht- En boven mij de stille tijd, En boven mij de eeuwigheid,- En 'k luister, luister naar haar lied, Haar eeuwig - eeuwig - eeuwig lied - Beduidt het iet-? Ik weet het niet- Ik weet het niet!
Zingende stemmen
[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (jcdverha@xs4all.nl).
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.