Kindergedachten

Carel Steven Adama van Scheltema (1877-1924)

Coster-pagina

Het regent, - o wat regent het!
Ik hoor het uit mijn warme bed,
Ik hoor de regen zingen,-
Het regent, regent dat het giet-
Dat niemand daar nou iets van ziet
Van al die donkre dingen!

Het ruist en regent en het spat-
Nou worden alle bomen nat
En plast het in de sloten.
Het regent, regent overal-!
O hé! daar loopt het zeker al
Bij straaltjes uit de goten!

Wat is dat gek en leuk geluid!
Wat is dat lekker om dat uit
Je donker bed te horen:-
't Is of dat een kerel buiten staat
Te fluistren aan je oren.
Nou druipt het in dat open gras-
Nou zal er wel een grote plas
Op alle wegen komen,-
Nou lopen nergens mensen meer-
Verbeel-je eens, in zo een weer-!
Daar wou ik wel van dromen.

En vroeg, morgen, in de zonneschijn,
Als dan de blaadjes zilver zijn,
Met droppeltjes bepereld-
Dan doe ik toch mijn eigen zin:-
Dan loop ik heel - en heel ver in
De schoongeworden wereld!


Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Naar de Coster-pagina.