Mijn hart

C. S. Adama van Scheltema

Slijt! slijt mijn hart!
 In de daavrende dagen,
 Neem den dronk dien ze dragen,
Wie weet wat er morgen uit je stof wordt gebouwd!
 Proost! de smart en de vreugde!
 Wie zich beide niet heugde -
Hem waar nimmer een teug uit dit leven betrouwd!

Lui! lui mijn hart!
 Lui in 't licht van den morgen,
 Lui den storm van je zorgen,
Lui den oogst dien de dampende avond je laat!
 Lui den ernstigen, duren,
 Plechtigen plicht van de uren -
Tot jij zelf eens rustig onze' angelus slaat

Drijf! drijf mijn hart
 De vlugge spoel door 't leven!
 Zie wij werken, wij weven
De bloemen in 't kleed van het uur dat vervalt!
 Waak jij - werk, tot jij kil zijt,
 Tot eenmaal, als jij stil zijt,
Ons doodshemd als goud van ons doodsbed afvalt!

Sla! sla mijn hart!
 Mijn tamboer voor een makker,
 Houd een vriend van je wakker,
Beluister niet zelf jouw verlangende lied!
 Het mooiste op de wereld
 Is een oog, dat bepereld
Naar jouw liefde, jouw trouw, jouw vriendschap uitziet!

Zaai! zaai mijn hart!
 Zaai jouw bloed in de voren,
 Niets moois is ooit geboren
Waar een mensch niet héél zijn heete hartebloed gaf!
 Geen oogstfeest zal er komen
 Waar wij zaaien met droomen -
Zaai jouw bloed! - eens groeien de roze' om ons graf.


Van zon en zomer, 1902

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.