Carel Steven Adama van Scheltema (1877-1924)

Heimwee

   Moeder, toen 'k lang geleden nog uw jongen,
Uw blijde eerstling was en nauw geboren,
had ik u eens, voor éénen dag, verloren —
   En ’t eerste leed was aan mijn hals gesprongen.

   Toen, weer terug, heb ik mijn hoofd gedrongen,
Aan uw warm hart, gefluisterd aan uw ooren,
Om weer uw zoete moederwoord te hooren
   Toen hebt gij mij zachtjes in slaap gezongen.

Moeder, ik ben alleen in verre landen!
   Ik kan niet meer in uw oogen lezen,
Ik kan niet schreien in uw milde handen;

   O! mocht ik ééns nog aan uw schoot genezen!
Nog éénmaal toeven bij die trouwe wanden
   Moeder! nog ééns uw arme jongen wezen!
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 11 september 1996


Coster-pagina