Door den blooden herfst

C. S. Adama van Scheltema

Ik ben door de landen gegaan,
 Ik wist niet wat ik wilde,
Ik wist niet waar vandaan
 Maar 't gilde - 't gilde!

Ik heb het den blaren gevraagd,
 Die begonnen te blozen,
Waarlangs ik werd gejaagd
 Vielen de rozen!

Ik ging door het dichte pad,
 Tusschen vlammende bramen,
Ik vroeg - naar wat - naar wat -?
 Zij fluisterden samen!

Ik heb gedoold door de hei,
 Een donker dier zat te krassen,
Overal waar ik 't zei
 Waren roode plassen!

Ik ben tot den avond gevlucht
 Om het daar te zoeken,
Rood - rood was de gansche lucht
 Om mij te vloeken!

Ik heb het den nacht geklaagd,
 Alle starren verbleekten, -
Toen heb ik niet meer gevraagd -
 De stilte smeekte!

Ik ben gevallen aan de landen,
 Aan den dorren grond - -
Een levend mensch zochten mijn handen!
 Een mooien mond!


Van zon en zomer, 1902

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.