Bij de kerk

C. S. Adama van Scheltema

De menschen zijn naar de kerk -
 De landen liggen alleen,
Ik voel mij zoo licht, zoo sterk,
 Zoo over de velden heen!

Daarboven mij drijft een wolk
 In de blauwe morgenlucht,
Beneê gaat het vlindervolk
 In een wapperende vlucht,

De menschen zijn naar de kerk -
 Wat is de morgen weer rijk!
Ik denk aan een heel mooi werk:
 Een Maria van Van Eyck.

Wat was het toen innig rein,
 Toen elk nog wat lieflijks deed -!
Dat 't ééns toch nog mooier zal zijn,
 Dat is iets wat ik zeker weet!

De menschen zijn allen ter kerke, -
 Maar de preek vertelt ze te laat -
Ach! hoe, zonder dat ze 't merken,
 Het leven over hen gaat!


Van zon en zomer, 1902

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.