C. S. Adama van Scheltema
Toen viel een gat in mijn droom En een koele klok sloeg het kwartier Door den zwijgende nakende nacht, En ik voelde mijn oogen wijd open - Die zagen stil In den nacht. Maar ik lag in een doodstillen kuil En ik keek in het donker heelal, Verwonderd en wakker, naar het geluid Van het eenzame koele kwartier - Dat al zweeg In den nacht. En toen op eens, dwars door het duister, Zag ik het werklijke leven En voelde ik duidlijk den tijd - Die spoelde voorbij - en vervloot - Met mijn jeugd - met mijn jeugd - In den nacht!
Uit stilte en strijd, 1909
[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.