C. S. Adama van Scheltema
Uit mijne handen vliedt het beeld Dat 'k van de wereld droeg, Het drijft in allen wind verdeeld - En mij bleef niet genoeg. En wijd, en wijder valt de tijd Uit mijne oogen heen, Rondom mij groeit een eeuwigheid - En laat mijn ziel alleen. Wat wordt mijn moede hart nu klein, Wat wordt het leven groot! En daar waar zooveel dooden zijn - Ach - - hoe gering de dood!
Zingende stemmen
[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (jcdverha@xs4all.nl).
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.