Midzomermorgen

C. S. Adama van Scheltema

Het raam is opgeschoven,
 Ik zit stil voor mijn ontbijt,
Buiten staan de eerste schooven
 En ginder bloeit de boekweit.

't Is anders drukker 's morgens,
 Nu is het tuintje heel stil -
Het lijkt of 't iets verborgens,
 Iets bijzonders zeggen wil.

Kijk: bij de rozenstokken
 Ligt 't bloeisel al op den grond,
Tusschen de zonnevlokken
 Van den blonden morgenstond.

Ik hoor het windje loopen
 Door den donkren noteboom, -
De dag - de dag staat open! -
 Ik geloof dat ik nog droom.

Ik wilde wel iets grijpen,
 Maar ik - ik weet niet wat - en -
Ik kan maar niet begrijpen
 Hoe ik zoo gelukkig ben -!


Van zon en zomer, 1902

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.