Carel Steven Adama van Scheltema (1877-1924)

Lichte nacht

Ik ben voor den nacht gaan staan
Met mijn lijf vol zonden --
Mijn roode hoofd hing gebonden
In de stralen der maan.

De oneindige hemel geleek
In zijn diepe beminde
Stilte een spiegel -- waarin de
Eeuwigheid keek.

Als een kille zee van wijn
Draaf de hemel met stille
Golven -- ik wilde mijn lippen optillen
Om te drinken en rein te zijn.

Als een dankbaar dier, zoo vroom,
Heb ik van den nacht gedronken
Toen ben ik nedergezonken
Als een blad van een boom.

Over mijn volgezuchte bed
Heeft de maan geschenen
Haar glimlach ging over mij henen
Als een gebed -- als een gebed!
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 11 september 1996


Coster-pagina