Avond na regen

C. S. Adama van Scheltema

Er waren nog vegen van vuur in den avond,
 Die verdween in den walmigen dauw
  Na den druipende regen.

Uit de rookende weiden, vol bange geheimen,
 Rezen benevelde boomen
  Als stille giganten.

En nog een late koe loeide van verre -
 En nog de roep van een koekoek -
  En toen niet meer.

Alleen nog droppelde 't slapende loover -
 En de booze beek vluchtte
  Naar een donker oord.

En toen verdwene' alle levende dingen
 In het angstige doofstomme duister -
  En om mij groeide de nacht.


Eenzame Liedjes, 1906

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.