C. S. Adama van Scheltema
Tegen het donker van een schuur Danste op de deel een gouden vlieg, Vlak voor den schemer van een wieg Straalde op den grond het zonnevuur; Een wijnrank en een rozelaar Vlochten hun takken door mekaar - En midden uit die zwarte poort Bekeek een kleine rose droomer Verbaasd dien grooten groenen Zomer, En murmelde een verwonderd woord, - En vóór de poorte van den stal Bloeide het blauw, heerlijk heelal! Zoo was het meer: - er was eenmaal Een kind, dat in een kribbe lag En naar de groote wereld zag, - Het is een oud prachtig verhaal - Een wijnrank en een rozelaar Vlochten hun takken door mekaar - Daar was alleen wat stroo in huis, Daar was een moeder en een herder, Een ezel en een duif - - en verder Brachten de menschen hem een kruis, - En vóór de poorte van den stal Bloeide het blauw, heerlijk heelal! Buiten wiegelt het jonge graan En viert de Mei een gloeiend feest - Diep uit den donker is een geest, Een nieuwe wereld opgestaan! Een wijnrank en een rozelaar Vlechten hun takken door mekaar - Vrienden! geprezen en geloofd Zij onze aarde als nooit te voren: Ons wordt de nieuwe mensch geboren! Zegent zijn gelukzalig hoofd -!
En vóór de poorte van den stal Bloeide het blauw, heerlijk heelal!
Van zon en zomer, 1902
[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.