Het toevallig geluk

C. S. Adama van Scheltema

Door de nachtelijke stad,
Langs verlaten wegen,
Vult mijn geest zich met den schat
Van een stillen zegen.

Nog gebogen door den druk
Van het menschenleven,
Vind ik menschelijk geluk,
Waar geen menschen streven.

Uit het troostelooze zwart
En uit donkre hoeken
Daalt de vrede in mijn hart,
Dat moe is van zoeken.


Zingende stemmen

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (jcdverha@xs4all.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.