Verlangen

C.S. Adama van Scheltema

De avond ruischt door de akkerlanden
  En draagt met eenen zoeten zucht
Uit mijne warme stille handen
  De geuren naar de verre lucht,
  Naar - naar ik weet niet wat

De avondwind begint te waaien,
  Ik voel hem aan mijn lijf, mijn haar,
De fluisterende boomen zwaaien
  En buigen al maar samen naar -
  Naar ik - ik weet niet wat.

De avond waait aan mijne wangen -
  Ik bijt de kleine bloemen stuk,
En voel een nameloos verlangen
  Naar 'n vrucht - een vrouw - naar 'n groot geluk,
  Naar - God ik weet niet wat!


Eenzame Liedjes, 1906

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.