C. S. Adama van Scheltema
De wijde wereld lag te grijp, Een vogeltje speelde er wat, - Ik droomde en rookte een zomerpijp, En dacht zoo - en streelde maar wat. De wijde wereld lag te kijk, Een beestje werd ergens geboren, - In 't mooie malsche zomerrijk Ging een ander weer ergens verloren. Ik keek de wijde wereld in, En dacht, zoo'n beetje zelfzuchtig:- Wees jij weer kind, als in 't begin! Wat wijzer! - wat minder luidruchtig!
Van zon en zomer, 1902
[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.