C. S. Adama van Scheltema
Vroeg in den morgen!
Hei! la li lo!
Verscheen mij de zonne
En verlichtte de ruiten,
Een vogel zong buiten,
De klokken begonnen
te luien -
Bim! bam!
Bim! bam!
Vroeg in den morgen!
Hei! la li lo!
De zondag ontwaakte,
De boerelui gingen
In de dorpskerk zingen,
Alle klokken geraakten
aan 't luien -
Bim! bam!
Bim! bam!
Vroeg in den morgen!
Hei! la li lo!
'k Verdronk in mijn droomen, -
Ik droomde iets heerlijks,
Iets liefs - iets begeerlijks, -
Daar bleef het zoo loome
aan 't luien -
Bim! bam!
Bim! bam!
Vroeg in den morgen!
Hei! la li lo!
En de menschen leefden
In liefde - en al lichter
Werd de weerld, en al dichter
Dreef ze aan 't licht, - stil zweefde
het luien -
Bim! bam!
Bim! bam!
Vroeg in den morgen!
Hei! la li lo!
'k Ontwaakte op aarde, -
Mijn hoofd was tevreden
In 't zonlicht gegleden, - -
Van verre bedaarde
het luien -
Bim! bam!
Bim! bam! - bim!
Van zon en zomer, 1902
[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.