Zingende stemmen

C. S. Adama van Scheltema

Zachte stemmen zingen door het leven,
Stroomend over aller harten grond,
Doch de droomen die zij ruischend weven,
Doch de beelden die zij wekken, zweven
Zelde' omhoog uit een zingende mond.

In de onverzadelijke vlagen
Van het leven gaat hun lied te loor.
En bezij de paden, waar wij jagen,
Naar den bodem onzer luide dagen,
Neigt maar zelden een aandachtig oor.

Maar op 's harten grond murmlen de beken,
Waar een ongeweten licht in speelt,
Waar de stemmen van dit leven breken,
Doch waar nieuwgeboren stemmen spreken
Rondom menig stil verzonken beeld.

En de beken aller harten glijden
Samen tot één fonkelende stroom,
Stroom van schoonheid onder 's levens lijden,
Aller stemmen dragend naar dien wijden
Zee-gelijken en oneind'gen droom.

Luisterend, met donker zachte oogen,
Staan wie dichters heeten aan dien vliet:
Droomend over menig beeld gebogen,
Zingen zij, als 't ruischend riet bewogen -
Zingen zij uw vliedend levenslied.


Zingende stemmen, 1916

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (jcdverha@xs4all.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.