Zomer

C. S. Adama van Scheltema

Daar ben 'k gekuierd
 Door 't zomerland,
Daar rook ik, luierd,
 Van alderhand: -

Dat oude gehuchie -
 Zoo'n boerennest,
Dat lauwe luchie
 Van melk en mest;

Dat blomzoet hegje
 Vol zacht getier,
Dat wierook-wegje
 Van witte vlier;

En 't Hollandsch weitje,
 Dat reukaltaar,
Dat bloeipartijtje
 Van allegaar;

En nog zoo'n bedje
 Van hei en tijm,
Zoo'n paars boeketje -
 Dat wrijf je fijn!

En ach! zoo'n vleugje
 Van 't warme woud,
Zoo'n hartig teugje
 In 't dennenhout! -

Die luchies woeien
 Zoo in mijn mmond,
Tot ik te bloeien
 en blozen stond.

Daar groeide' al struiken
 Rondom mijn hoed -
Mijn ziel ging ruiken
 Van al dat goed!

En 's avonds keek ik
 Zoo stil en stom -
Ach, toen geleek ik
 Een oude blom!

God zag me, en zei me:
 "Wat doe jij daar?"
"Och" zie 'k "kom bij me
 En pluk me maar!"


Eenzame Liedjes, 1906

[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.