C. S. Adama van Scheltema
In het hokje op den zolder Van 't pension vol kleine hokjes Lag ik op het krakend bedje, En in 't hokje naast mijn hokje Lagen jongetjes te praten - En ik luisterde nieuwgierig, - Zoo precies kon ik ook praten - - Pijnlijk, dat dat niet meer kan! Door het open zolderraampje Van het klein gehoorig hokje Scheen de stille maan naar binnen Op mijn deftige demietje - "Zeg! weet jij wat ja in 't Fransch is?" "Ja is in het Fransch qui!" Qui monsieur! - dat leerde ik ook zoo! - - Pijnlijk: - nou ben 'k zelf "monsieur"! Voor het raampje van mijn hokje Zat een krekeltje te piepen, En de maan hing stil te schijnen Op mijn glanzende manchetten - "Zeg! 'k moet al weer gauw naar school toe!" "Ja jong! - och dat zal wel wennen." Ah! dat dacht ik ook zoo vroeger! - - Pijnlijk: - ik ben dat nooit gewend! En de maan scheen in mijn hokje, Op de kleine beddetafel, En het snoezige portretje - En mijn briefje - aan 't portretje - "Zeg! vin jij juf ook zoo'n schepsel?" "Alle juffen vin ik spoken!" Ja - dat vond ik ook precies zoo - - Pijnlijk: - dat vind 'k nou niet meer! En die krekel bleef maar piepen, En de maan naar binnen kijken, Naar de stille witte waschkom, En naar 't potje - met permissie - En de joggies ginnegapten - En ze smoesde' een stiekem grapje - O! dat dee 'k eens net als zullie - - Pijnlijk is dat alles toch!
Uit stilte en strijd, 1909
[C. S. Adama van Scheltema pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.