J.A. dèr Mouw

Bevrijding (V)

Maar dan - want nooit kan sterven, wat eens diep,
Diep uit tijdelooze afgrond van mijn Wezen
Naar 't golvend vlak van 't schijn-Ik is gerezen,
Maar 't zinkt naar de oorsprong, waar het heilig sliep,

Tot verre' herrinering het wakker riep
Naar schomm'lende balans van hoop en vrezen:
Dus vind ik 't, als 'k van 't leven ben genezen,
Dat wereldschijn uit smart en sterren schiep.

Zooals 'k me vaak, door 't Zelfbesef verlaten,
Om leege werkelijkheid van drukke straten
Met stille Poolster troost, al zie 'k hem niet,

Zoo voel 'k na dood van liefde en moeder, beiden,
Van heel ver in mijn denken binnenglijden
De rust van Mahler's Kindertotenlied.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster