J.A. dèr Mouw

Mijn vad'ren staken blakerende brand

Mijn vad'ren staken blakerende brand
Rondom het gillen van jouw vad'ren aan.
In wroeging schuldloos zie 'k hen krimpend staan,
Gevlucht aan valse ketting naar de rand

Van 't vretend vuur; en 'k hoor de marteltand
Door sissend vlees en knappend mergbot gaan,
En de ijz'ge hitte voel ik waaiend slaan
Om blind gezicht en klauwgebaar van hand.

En nooit heb ik je donker haar geaaid,
Of 'k zag een rosse glans, weerschijn van 't lot,
Dat om jouw vrome lijders heeft gelaaid.

En 'k bloei van haat, door Onwill'ge gezaaid.
O - kwam op aard' nog eens de Zoon van God,
Ik werd om jou Judas de Iskariot.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster