J.A. dèr Mouw

Fel wou, niet mocht, niet kon

Fel wou, niet mocht, niet kon, toch moest hij 't uiten,
Midas' barbier, Midas' beschaamd verdriet:
Hij groef een afgrond ver van 't stadsgebied,
En borg 't geheim onder een berg van kluiten.

En gluips kroop uit de duisternis naar buiten
'T bedrijvig knikkend, gniff'lend, gich'lend riet,
Dat aan blij boodschappende wind verried,
'T geen wanhoop ondergronds meende op te sluiten.

Ver van trots-heersend Ik in stille schachten
Van ziel wordt weggegraven, wat hem kwelt,
Verned'rend leed van wensen en gedachten:

Uit taaie kiem van diep verdrongen krachten
Groeit woord, gebaar of lach, die 't rondvertelt
In 't zonlicht van 't verschrikt bewustzijnsveld.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster