J.A. dèr Mouw

Golfstroom (III)

In grandioos gracelijk evenwicht
Zwenkt de aarde om 't eindpunt van haar winterbaan;
En, blauwgroen-fosferende karavaan,
Trekt voort de Golfstroom, naar de pool gericht;

En de optocht van zijn golven zie ik gaan
Diep onder vlaggen van koralig licht;
'K zie hoe, rechtlijn'ge zomerdag, hij ligt
Op grensloos vlak van nachtlijke oceaan. -

'T flikkert in 't noorden geel. Want op de pool
Staat, ringgebergte, een blauw kristallen bowl,
En over 't halfrond waait de oranje gloed:

En 't is, als ben ik de aarde: ik hef 't kristal,
Dat overloopt van licht, en door 't heelal
Giet naar de zon ik mijn Decembergroet.


Bundel: Brahman I
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster