J.A. dèr Mouw

Golfstroom (I)

Waar zonnedagen tot koralen stollen,
En vlijt van vroom-geduld'ge madreporen
Bouwt, rood in 't blauw, toren naast holle toren,
De ontzaggelijke bekers van de atollen,

En, eb en vloed van steeds nieuwe trezoren,
Door 't licht vloeibare paarls, de golven rollen,
En spieg'ling van nachtlijke wereldbollen
In 't groene vuur van de afgrond gaat verloren,

Daar rijzen over hellende aard' de stranden
Tot reuzig mengvat, waarin samen branden
Zon, lucht en zee tot een drievoud'ge gloed,

En in het mengvat stromen uit 't koralen
Servies van parelschommelende schalen
Gulpen van zon in dronken overvloed.


Bundel: Brahman II
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster